woensdag 11 maart 2026

tegenstrijdig

bijvoeglijk

In tegenspraak met zichzelf of iets anders, twee elementen die tegelijk waar zijn.

Schakering

Preciezer dan "verwarrend": het tegenstrijdige heeft twee elementen die allebei waar zijn en toch niet samengaan.

Zijn gevoelens waren tegenstrijdig: hij wilde én gaan én blijven.

Beschikbaar in: