dinsdag 3 maart 2026

schuchter

bijvoeglijk

Verlegen en terughoudend, bang om op te vallen, zacht en ingehouden.

Schakering

Zachter dan "verlegen": schuchter heeft iets aandoenlijks, de terughoudendheid van wie zichzelf wil geven maar er nog niet klaar voor is.

“Ze glimlachte schuchter en keek dan weg.”

Beschikbaar in: