woensdag 15 april 2026

onwennig

bijvoeglijk

Nog niet gewend, in aanpassing, het ongemak van het nieuwe dat nog niet vertrouwd is.

Schakering

Tijdelijk van aard: onwennigheid is het stadium vóór gewenning. Er zit een verwachting van verandering in.

De eerste weken voelde hij zich onwennig in de nieuwe stad.

Beschikbaar in: